Opslagcapaciteit
In 1976 nam Willy Sannemann jr. het stokje officieel over van zijn vader. Terwijl Willy sr. genoot van zijn welverdiende pensioen, stond de nieuwe generatie voor een enorme uitdaging. Het bedrijf groeide gestaag, maar de muren van het pand aan de Esstraat groeiden niet mee.
Logistiek passen en meten
De opslagcapaciteit werd een dagelijkse puzzel. De wekelijkse productie moest ergens blijven, maar elke beschikbare vierkante meter — inclusief de voormalige tuin van de buren — was inmiddels volgebouwd. De logistiek in de smalle Esstraat was een operatie op zich:
Verkeersstops
Zodra er een vrachtwagen arriveerde, moest de straat aan beide kanten worden afgezet met borden.
Handwerk
Alles werd nog met de hand gelost. Terwijl de ochtend in het teken stond van de aanvoer, stonden ’s middags de expediteurs alweer op de stoep om de eindproducten af te halen.
De Heineken-anekdote: “Te klein voor de reus”
Het meest typerende verhaal uit deze periode is de gemiste kans bij Heineken. De biergigant overwoog een grote order, maar wilde eerst controleren of Wisa wel ‘Heineken-waardig’ was.
“We hebben ons pand aan de Esstraat drie dagen lang van boven tot onder gepoetst om een onuitwisbare indruk te maken,” herinnert Willy jr. zich. De teleurstelling was dan ook groot toen er twee weken later een briefje op de mat viel: Heineken zag er toch vanaf. De reden? Wisa was simpelweg te klein voor hun ambities.
Deze afwijzing was pijnlijk, maar vormde ook de ultieme motivatie. Het werd pijnlijk duidelijk: als Wisa echt wilde meespelen met de grote namen, was er meer ruimte en een professionelere opzet nodig.